Een plek voor wetenschap voor moderne consumenten

simoneblog_science

Iedere dag verschijnen er wetenschappelijke publicaties in print en online over de meest prachtige onderzoeken over voeding en het effect op gezondheid en milieu. De vooruitgang in onderzoek is overweldigend. Baanbrekende resultaten worden gepubliceerd. Ik kan alleen maar diep buigen voor zoveel doorwrochte wetenschap. Gerenommeerde instituten zetten tegenwoordig vaak vragen en antwoorden op hun website over moeilijke onderwerpen, zodat het dan makkelijker is om deze goed te begrijpen. Ik ben daar blij mee. Dat helpt mij bij mijn werk!

Wie heeft er gelijk?

Overheden trekken miljoenen extra uit om de consument te overtuigen van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Dat zeggen ze natuurlijk niet in deze bewoordingen. Wat ze wel zeggen, is dat ze de burger serieus nemen en goed naar de zorgen willen luisteren. Wat ze eigenlijk bedoelen is: ’op het moment dat we goed hebben geluisterd, willen we toch graag nog een keer uitleggen waarom wij gelijk hebben’.

Experts en communiceren

Tegenwoordig zien we steeds vaker dat de gepresenteerde wetenschappelijke inzichten direct publiekelijk worden bekritiseerd en van tafel geveegd. De wetenschappers zitten met de handen in het haar. Communicatiedeskundigen die wetenschappers willen helpen, voeren een constante strijd tegen de ‘burgerlijke onkunde’. Deze strijd is dikwijls vaker bij voorbaat al gedoemd te mislukken. Het gevoel wint het vandaag de dag vaak van de feiten.

Het lijkt wel of steeds meer mensen het wel even hebben gehad met al die wetenschappelijke experts.

Professor Robert Dijkgraaf, hoogleraar mathematische fysica, schreef deze herfst daar in het NRC een mooie column over. Hij zei onder andere dat die communicatie van experts echt moet veranderen. Veel experts denken nog dat als je maar een monoloog houdt vanaf een podium of vanaf een scherm, het publiek te overtuigen is.

Natuurlijk, moderne wetenschappers, ook voedingswetenschappers, snappen deze trend maar al te goed en gaan meer en meer over tot groepsgesprekken. De consumenten mogen nu ook wat terugzeggen.

Wat wetenschappers missen, is dat moderne consumenten de hele dag omringd zijn door nieuws. Consumenten worden de hele dag gebombardeerd met gefragmenteerd nieuws en informatie over eten en het effect van voedsel op onze gezondheid, het milieu en dierenwelzijn. Je kunt al dat nieuws bijna niet bevatten. Om er toch mee om te gaan, luister je als consument niet meer naar meningen waar je jezelf niet in kunt vinden. Daar sluit je je voor af. Dat betekent dat het voor een expert vrijwel ondoenlijk is de ‘ongelovige’ te overtuigen van zijn ongelijk.

Maar hoe doet Albert Heijn dat dan: communiceren?

Albert Heijn heeft te maken met consumenten die vaak hun eigen keuzes al hebben gemaakt in wat ze wel en wat ze niet willen horen of geloven. Je kunt nog zoveel onweerlegbare bewijzen en grafieken naar voren toveren, het ketst heel vaak af op consumenten die hun eigen mening al hebben gevormd.

Daarom proberen we niet om consumenten te overtuigen. We weten het immers ook niet altijd en het zou arrogant zijn te denken dat we wel alles weten. We weten veel en willen onze kennis delen, maar als consumenten die kennis niet willen horen, is dat helemaal niet erg. Wij willen juist tegemoet komen aan de zorgen van consumenten, ook als wetenschappers andere zienswijzen hebben.

Willen klanten geen e-nummers? Wij gaan ze niet overtuigen dat die toch veilig zijn. Willen consumenten meer biologische producten? Wij overtuigen ze niet dat gangbaar ook zijn goeie kanten heeft. Suiker volgens sommige consumenten het nieuwe gif? Zinloos om daar wetenschappelijke feiten tegenover te zetten. De consument heeft geen zin in wetenschap die geen rekening houdt met hun eigen zorgen en onzekerheden.

Wie kan ik vertrouwen?

In de wetenschap bestaan vaak geen absolute zekerheden. Het zou wetenschappers helpen juist onzekerheden open en eerlijk op tafel te leggen. Doen de wetenschappers dat niet, dan worden ze op enig moment ‘ontmaskerd’ en geloven consumenten steeds minder in wat de experts zeggen.

Het antwoord op de vraag ‘wie kan ik vertrouwen?’ is bij voedingsonderzoek: in ieder geval niet een wetenschapper die suggereert precies te weten hoe het zit.

Bied de consument keuze!

Het siert moderne wetenschappers, maar ook bedrijven zoals Albert Heijn, om zich nederig op te stellen. Wij hebben de wijsheid niet in pacht. Wat wij wel als geen ander kunnen, is keuzes bieden en informatie geven. Juiste informatie is in dit geval: niet iets zeggen wat we niet waar kunnen maken. We zeggen nooit: ‘biologisch is gezond’, maar wel: ‘U maakt een bewuste keuze als u voor biologisch kiest’. We zeggen nooit dat e-nummers schadelijk zijn, maar we zeggen wel dat we er minder in onze producten stoppen. We gaan ervan uit dat consumenten verder hun gezond verstand gebruiken. Onze informatie klopt met de laatste stand van de wetenschap, maar consumenten mogen onze informatie ook naast zich neer leggen.

Intern bij Albert Heijn willen de directie en de commercieel verantwoordelijken meestal precies van kwaliteitsdeskundigen weten wat de laatste stand van de wetenschap is. Het staat hen echter geheel vrij om eigen keuzes te maken, zolang de communicatie naar klanten daarover maar klopt. Dat bepalen die kwaliteitscollega’s dan weer.

Moeilijk om makkelijk te communiceren

Soms is een onderwerp zo ingewikkeld, dat het moeilijk is om daarover makkelijk te communiceren naar onze klanten. Een goed voorbeeld van zo’n ingewikkeld onderwerp is antibiotica-resistentie. In de EU, dus ook in Nederland, wordt hard gewerkt om de hoeveelheid antibiotica te beperken. Maar hoe kunnen we hierover nou het beste communiceren naar onze klanten? Een hele opgave! Op pakjes vlees of kaas zetten dat ze antibioticavrij zijn is een absoluut verkeerde voorstelling van zaken. Ons eten bevat eigenlijk al nooit residuen van antibiotica boven de wettelijke niveaus. De controle daarop is streng en daarom is antibioticavrij ‘claimen’ onjuist. Je zegt dan iets wat altijd al zo is. ‘Niet opgegroeid met antibiotica’ dan? Sinds tien jaar is het in de EU verboden antibiotica in veevoer te stoppen om zo de groei van dieren te bevorderen. Dus ook dat op etiketten melden, is verkeerd. ‘De dieren hebben tijdens hun leven geen antibiotica gekregen’? Dat is in 94% van de Nieuwe AH Kip waar, maar als een dier een infectieziekte heeft, dan hoeft het niet te lijden en krijgt het antibiotica. Anders brengen we hun welzijn echt ernstig in gevaar!

Kortom: we weten nog niet precies hoe we over dit toch heel moeilijke onderwerp gaan communiceren. We willen geen onjuiste claims gebruiken, maar over resistentie praten, is wel heel ingewikkeld, zelfs als we goed van de feiten op de hoogte zijn.

Inderdaad vragen consumenten zich soms af “wie kan ik nog geloven?” Vaak heeft een consument zelf al lang besloten wat goed voor hem of haar is. Prima!

Onze taak als Albert Heijn

Wij bieden graag in ons assortiment veel keuze aan onze miljoenen klanten. Voor iedere mening over voedsel, hebben wij wel een product dat daaraan tegemoet komt. Onze taak blijft natuurlijk om ook de meest ingewikkelde feiten over voeding te ‘vertalen’ in begrijpelijke taal voor al onze klanten. Die vertaling in begrijpelijke taal moet wel kloppen met de laatste stand van de wetenschap. We geven dus veel informatie, maar een consument kiest uiteindelijk altijd zelf.

 

a_simone_herzberger
Simone Hertzberger – Sr. director product integriteit bij Albert Heijn

Dit was de laatste blog van Simone Hertzberger, geschreven vanuit haar rol bij Albert Heijn. Na ruim 31 jaar gaat Simone Albert Heijn verlaten, omdat zij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Je kunt Simone blijven volgen op Foodlog waar zij door zal gaan met het delen van haar vakkennis.

Foto: Fdecomite, via Flicker.com

Reacties

  1. Hens te Witt zegt

    Een heel goed blog waar ik het mee eens kan zijn. Ik heb wel een vraag over antibiotica. Het kabinet is / was toch van plan om het gebruik van antibiotica in de pleuimvee en vleessector met een derde (of zo) te verminderen? Dat kan toch alleen maar betekenen dat het veel te veel wordt gebruikt en niet alleen bij zieke dieren? Kunt u daar nog iets over zeggen?

  2. Belinda zegt

    Het probleem met alle wetenschap rond voedsel, is dat ten eerste de onderzoeken vaak gefinancierd worden door de voedingsindustrie en ten tweede dat er nog te weinig bekend is over de wat een combinatie van stoffen voor effect heeft op onze gezondheid. Ik ben het ook daarom zeker niet eens met de stelling dat gangbaar soms ook zijn goede kanten heeft. De biologische landbouw houdt rekening met de bodem en gebruikt geen chemische middelen. Dit zorgt ervoor dat het bodemleven er weer voor kan zorgen dat vitamines, mineralen en sporenelementen in de plant kunnen komen, iets wat in de reguliere landbouw niet kan omdat door kunstmest en ploegen het bodemleven doodgaat. In de reguliere landbouw blijven residuen van de chemische bestrijdingsmiddelen in de plant achter en komen dus ook in ons lichaam. In de randstad heeft ruim 60% van de mensen glyphosaat (het werkende bestanddeel in Roundup) in hun urine. Aan dit alles is geen positief puntje te lullen wat mij betreft. Biologisch zal ook een overgangsfase zijn in de landbouwtransitie naar een nog duurzamer systeem.

  3. J. van der Zwaag zegt

    Mevrouw Simone Hertzberger,

    Bedankt voor uw prachtig laatste blog. De volgende alinea in uw blog is voor heel veel consumenten zo waar:
    ” Wat wetenschappers missen, is dat moderne consumenten de hele dag omringd zijn door nieuws. Consumenten worden de hele dag gebombardeerd met gefragmenteerd nieuws en informatie over eten en het effect van voedsel op onze gezondheid, het milieu en dierenwelzijn. Je kunt al dat nieuws bijna niet bevatten. Om er toch mee om te gaan, luister je als consument niet meer naar meningen waar je jezelf niet in kunt vinden. Daar sluit je je voor af. Dat betekent dat het voor een expert vrijwel ondoenlijk is de ‘ongelovige’ te overtuigen van zijn ongelijk.”
    Nogmaals bedankt en vriendelijke groet,
    Joke v.d.Zw

  4. J. Brachthuizer zegt

    Mevrouw Hertzberger, mijn dank voor de blogs die u schreef. Ik heb veel van u geleerd en vaak heeft u mijn ideeën met betrekking tot bepaalde zaken bevestigd. Ik wens u een prachtige en vreugdevolle pensioentijd toe. Onthoud alleen dit: vroeger moést u, maar nu mág u.

    Met vriendelijke groet, Jeroen Brachthuizer

  5. Marcel Vossestein zegt

    Ja, het blijft een lastige zaak, die turbochemie. Via de rand van de veiligheid per product per dag zijn ze veilig verklaard. Nog nooit zocht men uit, wat de dubieuze mix van actuele mixen aan dagelijkse veilige consumptie doet. Niet als stapeling van de afzonderlijke stoffen, laat staan de interacties onderling van de willekeurige mix, die we binnenkrijgen.

    In plaats van het alarm met de tabak écht ter harte te nemen, verzekerde men de door dokter Meinsma gealarmeerde politici dat de toevoegingen wel veilig waren, omdat die goedgekeurd waren. ‘Het moest dus wel aan de tabak liggen’. En dat terwijl dokter Meinsma letterlijk zei dat tabak levensgevaarlijk was GEWORDEN. De smaakmakers in tabak en rookwaar als menthol waren dodelijk. De toffee-tabak decimeerde in rap tempo de pijprokers.

    Lang is er enorm veel tabak gerookt. De 17e en 18e eeuwse Nederlander verstookten tot een ons [= 100 sigaretten] tabak (zonder chemie) in hun Goudse pijpjes. Onderzoeken van de toen begravenen in de Grote Kerk in Almaar en het Sint Janskerkhof in ‘s-Hertogenbosch tonen hoogstens een uiterst marginale gezondheidsschade. De 18e eeuwse Nederlandse rookten met een dubbele hoeveelheid 2½ kilo tabak (zonder chemie) per jaar ten opzichte die in de 20e eeuw.

    Via de financiële claims – financiële wereld – en productie- en distributielijnen – commercie – valt niet aan blameren van de turbochemie te denken. Men zit met politiek en bestuur in eenzelfde Prisoners dilemma. Tot iedere prijs houdt men façade van de ‘veilige turbochemie’ in stand.

    Terugkijkend blijken opkomst en toepassing van vormen turbochemie vooral sinds de jaren ’50 samen te gaan met de opkomst van de kankers en andere enge aandoeningen. En ondanks dat er minder wordt gerookt, blijven kankers onrustbarend toenemen. De eerste 15 jaar van deze eeuw al het dubbele van de tweede helft van de vorige eeuw. De laatste 20 jaar namen de kinderkankers met 40% toe. Zaadbalkankers verdubbelden.

    Natuurlijk zijn er veilige E-nummers. De natuurlijke stoffen zijn eeuwen beproefd door onze voorouders, die dankzij zout, suiker en houtrook hun voedselvoorraad leerden conserveerden. Maar die stoffen krijgen – net als natuurlijke ingrediënten van tabak – een schadelijke uitwerking. Vooral de alleskunners van de turbochemie werken universeel door als de natuurlijke voedingsstoffen hebben verteerd. Veel zijn ook letterlijk niet kapot te krijgen. Ze vinden plekje waar onze lichamen reservestoffen opslaan.

    Vrijwel zeker zal mevrouw Hertzberger een dankbare taak wachten bij Foodlog om uit te leggen hoe het wel zit. Ze is dan bevrijd van de façade om afgedwongen de voedselveiligheid van de commercie in stand te houden. Ik kijk er naar uit.

  6. P.R. Beljaars zegt

    Als oud levensmiddelenchemicus huldig ik nog steeds de stelling: “Al knoeit de knoeier nog zo knap, hem achterhaalt de wetenschap “.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laat hier een reactie achter! Bekijk onze richtlijnen en voor vragen kunt u ons e-mailen.